Vlaanderen, goed bestuur of goed overstuur?

pl-ements / Column  / Vlaanderen, goed bestuur of goed overstuur?

Vlaanderen, goed bestuur of goed overstuur?

Het verbale geweld in het halfrond bijt zich vast in het asfalt dat barst onder de extreme vrieskou. De machtsbekleders hebben het over de sinds 1985 strengste winter en verklaren dat dit uitzonderlijke weer de oorzaak is van het immense tekort aan strooizout. Maar de bedrijvenwereld scherpt haar klauwen en krast een astronomisch dure rekening op het bord: elk stilstaand voertuig draait een verlies van € 45 (vrachtwagen) en € 10 (auto) per uur! …

De totale omvang van filetijden (± 7 miljoen uren per jaar) vormt een verpletterend gewicht op de economische schouders. Neem de hachelijke situatie van vrachtwagens die door de sneeuwval geen helling meer op kunnen en de gevolgen zijn desastreus. Voor kleine en middelgrote ondernemingen soms de financiële aderlating.

Iedere verklaring van de Vlaamse regering behelst een kern van waarheid maar de vergelijking met het wegennet bij onze naaste buurlanden ontbloot haar wanbeleid. Naar verluidt is hun straatbeeld van een biljarttafel toe te schrijven aan twee belangrijke zaken: de samenstelling van het gebruikelijke materiaal en de frequentie van het wegenonderhoud. Zo wordt na bepaalde duur de bovenste laag eraf geschraapt en volledig vernieuwd. Een wegenbeleid dat gericht is op een structurele en duurzame aanpak. Maar genoeg hierover!

Ik wissel van spoor en ga van `verkeer` naar `welzijn’ maar ik laat dezelfde stoom af. Welke rekening krijgen we daar te zien? Klinken de rode cijfers, uitgedrukt in sociaal kapitaal, ook zo astronomisch? En, welke rol of houding zien we bij onze overheid? …

In bepaalde steden heeft men al vaak onderzoek gedaan naar de gekwalificeerde uitstroom in het onderwijs én de activiteitsgraad bij de lokale bevolking. De onthutsende conclusies die hieruit voortvloeiden, dobberen nog steeds binnen de figuurlijke dam van politiek en economisch gevoelige informatie. Maar belangenbehartigers hebben geen wetenschappelijk kader nodig om het sociaal kapitaal van hun achterban in te schatten. Dag in dag uit staan ze in het maatschappelijke circuit en ervaren aan den lijve hoe het gesteld is met hun ‘wegennet’.

Het aantal vertraagde of stilstaande jongeren stijgt zienderogen en de voorziene begeleiding staat niet in verhouding tot de gekende nood. Maak hiervan een contextuele analyse (thuis & omgeving) en het wordt duidelijk over welke jongeren het merendeels gaat.
Populisten durven wel eens kort door de bocht te gaan en projecteren de schuldvraag. In de biografie van politieke blunders is bijvoorbeeld terug te vinden hoe een minister van justitie een verband trekt tussen etniciteit en criminaliteit. Wat een objectief sociologische benadering moet zijn, verengt hij tot zogenaamd normafwijkend gedrag bij ‘migrantenjongeren’. Hét electoraal winstgevende product van de laatste jaren met een ondertoon die hoorbaar is binnen meerdere ideologische strekkingen.

Die politieke kortzichtigheid leidt ertoe dat niet de kern maar het oppervlak van een probleemsituatie wordt aangepakt. Naar analogie met het verkeer laveren ‘putjesvullers’ van de ene naar de andere kant van de straat: een oplapwerk van lage kosten.

Neem eender welke problematiek en concludeer op welke van de drie C’s de meeste beleidsacties zijn afgestemd: care (verzorging), cure (genezing) of controle (beheersing)?

• Zijn er te weinig gesloten jeugdinstellingen? Dan bouwen we er een aantal instellingen bij.
• Heerst er in de buurt te veel overlast? Dan lanceren we een samenscholingsverbod.
• Halen bepaalde leerlingen het gemiddelde niet? Dan adviseren we bijzonder onderwijs.
• Dringt het Nederlands niet door in sociale woningen? Dan verplichten we een taalcursus.
• …

In mijn professionele loopbaan bij de overheid heb ik tot op heden altijd een functie mogen bekleden om beleidsmatig en veldgericht te werken. Of het nu het wegdek is in Gent Antwerpen, Limburg of Brussel, mijn opinie over goed bestuur is niet regiogebonden. Over het hele land ervaar ik de ontbrekende visie en daadkracht om twee ingrepen te doen: Eerst komt het erop aan dat de overheid én de belangenbehartigers het wegennet (lees: de jeugdwelzijnssector) grondig doorlichten en dat ze die verworven informatie onderling bespreken. Indien hieruit voortvloeit dat een reorganisatie (versterking) effectief nodig is, met budgettaire gevolgen, is het vervolgens zaak om tot een interprofessioneel akkoord te komen. Anders blijft alles bij het oude, vrees ik.

Is de Vlaamse overheid dan zo onverschillig ten aanzien van deze sector, dat dit niet gebeurt?
Hoe zijn die belangenbehartigers georganiseerd en op welke beleidsniveaus present?
Of, is het een kwestie van prioriteiten binnen de autonomie van het lokale bestuur?

En plots sta ik stil …

Geen reacties

Plaats een reactie